Overzomering in Texas


17096_10153050291764900_6083057724597240133_n

Oskar had deze ochtend een boterham met hagelslag op. Dat belooft meestal niet veel goeds voor het verdere verloop van de dag. Oskar op zoet ‘s morgens is een tikkende tijdbom. Of een tikkende jankbom. Of een jankende tikbom. Allez, doet er niet toe. Als Oskar ‘s morgens niets hartigs binnen heeft, barst hij voor alles in snikken uit.

“Niet met mij,” dacht ik. En hup, een paar liter organic en deetvrij (en dus totaal niet werkend) muggenspul over ons heen, Otis in de buggy met zonnekap en muggennet over én allemaal zo weinig mogelijk kleren aan. Om half negen stonden we in de speeltuin. Tot aan onze enkels in de modder, onder de muggenbeten en nog altijd met een jankende Oskar. “Ik denk dat ik een slang zag, mama! En ik kan niet meer op mijn benen staan van de pijn aan de muggenbeten. En ik heb honger.”

10481972_10153050291584900_8312259742547429762_n

Gullie denkt allemaal dat het leven in Texas hier hele dagen in je blote kont aan het zwembad zitten is met een rokende bbq op de achtergrond, hé. Ha!

De zomer is hier begonnen en dat wil in het Texaans gewoon zeggen dat je nu eigenlijk niet meer buiten komt overdag. Terwijl heel België en Nederland nu stilletjesaan hun winterjassen inruilen voor T-shirtjes en foto’s van terrasjes Instgrammen, maken wij ons op voor onze overzomering. Rolluiken dicht, airco op full speed en binnen wachten tot het oktober is.

Oskar heeft de zomer ook in zijn bol en haalde na een lenteslaap van 2 maanden weer zijn boeken boven: “Ik wil weer elke morgen rekenen en taal doen. En ik wil verder doen met cursief leren schrijven.” Tjah, veel meer kunnen we niet doen hier voor’t moment.

11102987_10153050514869900_3126078982616364896_n

Ik kijk uit naar onze zomer in België. Aaah, weer gewoon kunnen ademen als je buitenkomt. Zalig!

Homemaker op vitamientjes

Voor ik kinderen had, wist ik het zeker: ik zou nooit thuisblijfmama worden. Nee, ik zou buitenshuis werken en de kindjes netjes naar de opvang sturen. Tot ik Oskar in mijn armen had liggen. “Ik hoop dat jij nooit een oorbel neemt en nooit met een brommer gaat rijden,” waren mijn eerste fameuze woorden tegen mijn zoon. De toon was gezet. Want ja, als je niet wil dat je zoon een oorbel neemt dan moet je hem wel vierentwintig uur per dag in de gaten kunnen houden natuurlijk.

Ik heb het geprobeerd, hoor. Buitenshuis werken en tegelijk mama zijn, maar ik kon het niet. Ik huilde elke keer ik Oskar moest achterlaten en ‘s avonds racete ik als een gek naar huis. Ik was de Eddy Merckx van de Turnhoutsebaan. Zonder de doping dan. Misschien had ik beter wat vitamientjes geslikt, want op een dag liep de hele rat race mij voorbij. “Ik ga niet meer werken. Ik blijf bij Oskar,” riep ik op een avond hysterisch tegen Freek. En zo geschiedde. Niet omdat ik het lef had om mijn job op te zeggen, maar omdat ik ontslagen werd diezelfde week. Ik maak mezelf graag wijs dat ik nog altijd goed presteerde en ik het helemaal niet verdiende, maar als ik eerlijk ben dan weet ik dat de passie uit mijn werkrelatie was verdwenen. Mijn hart lag bij Oskar.

En nu bij Otis en Oskar.

Ik heb me jarenlang onrustig lopen afvragen wat ik later nu eigenlijk wou worden? Ik had beter naar mijn vierjarige zelf moeten luisteren. Die wist het toen al: mama. Na veel omzwervingen ben ik er uiteindelijk geraakt. Vandaag heb ik de mooiste job die ik mij maar kan inbeelden. Ik maak een thuis voor mijn kindjes. Ik ben een homemaker en ben daar verdorie trots op. Veel mensen vinden het zonde van mijn diploma’s en vooral jammer dat ik zo mijn steentje niet meer bijdraag aan de maatschappij. En nee, inderdaad… ik draag geen één steentje, maar twee steentjes bij aan de maatschappij. Zo twee van die blinkend in het zonlicht steentjes. Of dat hoop ik. En die diploma’s dan? Die gebruik ik nog wel. Als Freek straks op pensioen gaat, ga ik gewoon aan de slag. Dat dat niet kan, zeg je? Poeh, ik heb 19 jaar lang samengewoond met het levende bewijs. Mijn eigen (thuisblijf)mama heeft nu haar buitenshuisdroomjob. Een beter voorbeeld kan ik mij niet inbeelden.

bijenwas2

The Best is Yet to Come

Na bijna drie jaar Amerika kijk ik niet meer op van mensen die hun winkelkarretje van boven tot onder ontsmetten of van de liter frisdrank die je bij je pak friet en hamburger krijgt. Ik doe nog altijd niet mee aan de bacteriehysterie en frisdrank drink ik niet, maar voor de rest voel ik me behoorlijk ingeburgerd. Wij vieren net zoals iedereen Halloween en Thanksgiving, Oskar denkt en droomt in het Engels en we hebben zelfs een heuse Texaan in huis. België blijft mijn thuis, maar deze week besefte ik voor het eerst dat ik het heel moeilijk ga hebben als we hier moeten vertrekken. Amerika is de thuis van mijn kindjes. Otis is hier geboren en ons huis zit vol herinneringen aan eerste keren. Otis zijn eerste dagje thuis, Otis zijn eerste lachje, Oskars eerste keer de nacht doorslapen of Oskars eerste woordje lezen in het Engels.

Als ik denk aan ons oude huisje in Deurne moet ik altijd even naar lucht happen. En ja, ik weet dat herinneringen in je hoofd zitten en niet in huizen, maar toch… ik mis dat huis zo ongelooflijk hard. Het was zo’n warm en veilig nestje. Klein, dat wel. Een beetje een vogelkastje. Maar voor mij voelde het nooit klein aan. Ik heb me nooit, zoals meneer froeliesjes, geërgerd aan de kleine treden van de trap of het te lage plafond in de slaapkamers. (Maar ja, ik ben dan ook geen 1 meter 92 centimeter.) Zo af en toe kan ik nog wel wat traantjes laten over het feit dat Otis’ zijn eerste keren daar niet zweven tussen die van Oskar. Ik heb het vorig jaar ongelooflijk moeilijk gehad toen onze plannen om terug te keren overhoop gehaald werden. Ik keek er erg naar uit om ons oude leven weer op te pakken.

Och ja, ik kan blijven jammeren en hunkeren naar mijn oude leven, maar ik weet heel goed dat ik nooit meer mijn oude leven terug krijg. Het huis is verkocht, ik ben veranderd, ons gezin is veranderd, de economie is veranderd. Punt. Wij wonen nu in een ander huis waar we heel wat nieuwe herinneringen gemaakt hebben. En gaan maken. ‘The Best is Yet to Come’ zong Novastar ooit en awel, ik hoop dat ze gelijk hebben.

11138592_10153012627484900_7019527429064756706_n

Thuisonderwijsproject: Oskars Naaiwinkeltje

Oskar heeft een eigen winkeltje. Een moderne versie van een Lemonade Stand, zeg maar. Hij verkoopt hier zijn zelfgemaakte spulletjes (gewoon aan familie en vrienden).

Hij kreeg een budget van 20 dollar als startkapitaal. Daarmee moest hij al zijn benodigdheden kopen. Was wel schattig om hem stof te zien uitzoeken en aan de mevrouw die moest knippen vroeg: “Can I have two arms of this fabric? And one arm of that?”

De eerste bestellingen kwamen al snel binnen, we sleurden de naaimachine naar beneden en meneer zijn business is vertrokken. De boekhouding neem ik voorlopig nog even voor mijn rekening.

IMG_20150426_094413141

Hop! Hop! Hop!

Vorige week maandag om 6.30 uur ‘s morgens. Freek: “Seg, Otis die weent nooit, hé. Weet je nog hoe moeilijk Oskar het had op deze leeftijd. Hij wou nooit alleen zijn.”

En natuurlijk… diezelfde maandag begon Otis aan zijn grote zesmaandensprong. Hij jammert, gilt als een varkentje als we hem neerleggen, wil niet meer slapen overdag en wil niet meer in de doek. Meneertje wil meedoen met ons. Zitten, staan, spelen. En nee, niet alleen. Met mama en Oskar. En liefst nog alle vriendjes van Oskar ook.

Otis is in de sneltrein richting 12 maanden gestapt. En toeval of niet… Oskar is ook bezig aan een grote sprong. Hij is druk met letters, tekenen, naaien en oja… stoer doen en stunten. Het worden hier intensieve, maar o-zo zalige, maanden.

Otis1

Otis2

Otis3

De foto’s van Otis zijn wat wazig. Ik durf nog niet te ver uit zijn buurt gaan om foto’s te maken.

Mijn stoere vent met Popje Popje op de fiets.

Mijn stoere vent met Popje Popje op de fiets. Net voor hij zonder handen fietste en in de berm belandde met pop. 

Ode aan Otis

11078121_10152981805944900_3147194598386969552_nIk heb jarenlang gezegd dat ik NOOIT een tweede wou en kijk, nu: mini-froeliesjes 2 is volgende week gewoon al een half jaar oud. De eerste zes maanden waren niet altijd even makkelijk. Ik moet eerlijk toegeven dat ik mij wat bedrogen voelde: “Geen enkele baby is dezelfde! En daarbij, het kan nooit meer zo erg worden als met Oskar toen. Je zal nu weten wat je moet doen!” Euhm, tjah. Mijn baby’s leken toch verdacht veel op elkaar. Huilgewijs dan. En over weten wat ik moest doen… nee… dat wist ik eigenlijk helemaal niet. Misschien was ik het gewoon vergeten. Of misschien leken ze niet zo erg op elkaar als ik wel dacht? Het enige wat ik wel wist/weet, is dat ik ongelooflijk blij ben dat Otis niet ons eerste kindje is. Ik denk niet dat ik bij een eerste zo rustig was kunnen blijven bij het maandenlang melk weigeren. Maar kom, alles is opgelost. Otis is ondertussen een pro aan de borst. <3

Wat is baby Otis ondertussen al een heerlijk ventje! Altijd vrolijk en vol energie. Helemaal Oskar op dat gebied. Ik vrees dat we nog wat gaan meemaken met die twee wilde beestjes in huis. Maar ergens is Otis wel rustiger dan Oskar. Hij neemt meer zijn tijd voor alles. Oskar die zat al op 5 maanden. Otis op bijna zes nog helemaal niet. En echt waar… wat genieten we daar van. Bij Oskar had ik altijd het gevoel dat ik hem niet bij kon houden. Heb ik trouwens nog altijd, maar kom. Otis is gewoon tevreden met nu, terwijl Oskar alleen maar bezig is met morgen. En misschien dat dat me juist rustiger maakt deze keer? Ik geniet mee met Otis van elk moment en probeer niet teveel na te denken over morgen of overmorgen of overoverovermorgen. Want ja, Oskar heeft dat “En wat eten we morgen? En overmorgen? En overoveroveroverovermorgen?” niet van een vreemde. Zie, een tweede mini-froeliesjes was zo zot nog niet. Dat mannetje heeft mij al veel geleerd het afgelopen half jaar. <3

10358745_10152994937244900_3119758500841971591_n

We-are-faaaamilyyyyyy!

Door een geannuleerde vlucht hebben we vandaag nog een snoepdagje met onze familie uit België. Het waren tien heerlijke dagen. Oskar heeft zo genoten. En ik ook. Het doet altijd deugd om het huis gevuld te hebben met bekende stemmen, gezichten en geluiden. Niets zaliger dan ‘s avonds gewoon mijn voetjes onder de tafel te moeten schuiven om te “paratieven” (Oskars voor aperitieven) of om Oskar op de schoot te zien zitten van mijn nonkel. Familie op bezoek helpt altijd een beetje de batterijtjes opladen. Bij Oskar. En bij mij. Zo ver weg van iedereen wonen, kan soms verdomd eenzaam zijn. Zeker met een man die een dubbele werkweek draait. Of zo lijkt het tenminste. Familie op bezoek is dus altijd een beetje feest. Dan hang ik mijn schort aan de haak en geniet ik van de voor mij ingeschonken witte wijn, de voor mij gekochte chipjes en vooral van mijn proper huis waar ik geen vinger heb in moeten uitsteken.

Mensen vragen mij altijd wat ik het moeilijkste vind aan in het buitenland wonen en awel… dat. Dat ik altijd diegene ben die snotneuzen en tranen wegveegt, eten kookt, kopjes thee en dekentjes aansleept en pleisters op geschaafde knieën plakt. Een paar keer per jaar wordt er voor mij gekookt, geschrobd en gezorgd en daar kan ik ongelooflijk van genieten. “Vele handjes maken licht werk!” riep mijn mama vroeger altijd en awel, ze heeft gelijk. Mijn batterijen zijn weer opgeladen. Klaar voor de volgende rush tot aan de zomervakantie, want dan kom ik zes weken op mijn lui gat zitten in België. Tot dan!

 

11059771_10152972330584900_1188113988956212399_n